• Een gedicht wil gelezen worden

    17 oktober 2011

    ‘Een gedicht wil gelezen worden’

    Interview met Ramsey Nasr, juryvoorzitter. Door Edwin Fagel.

    Tot 1 november 2011 kunnen alle dichters van Nederland en Vlaanderen, professioneel of ‘amateur’, hun gedichten inzenden voor de Turing Nationale Gedichtenwedstrijd - en zodoende meedingen naar de hoofdprijs van 10.000 euro. Of, ook niet verkeerd, een plaats in de Top 100. De Top 100 heeft immers in de bloemlezing die jaarlijks bij uitgeverij Augustus verschijnt een aansprekend podium. Nog ongepubliceerde dichters kunnen zich met deze publicatie in de kijker spelen. Zo debuteerde onlangs nog Gerrit Molenaar, die in de editie van 2010 met drie gedichten in de top 100 stond, met de bundel Kus me nog eens wakker. Dit jaar worden nadrukkelijk ook Vlaamse dichters uitgenodigd hun gedichten in te zenden. Dichter des Vaderlands Ramsey Nasr fungeert als juryvoorzitter. Hij gaat in dit gesprek in op de wedstrijd en de betekenis ervan voor de poëzie in Nederland en Vlaanderen.

    Wedstrijd voor alle dichters "Het is een misverstand dat poëzie iets voor een elite is, een ‘tijdverdrijf voor enk’le fijne luiden’’, zegt hij. ‘Veel méér mensen dan enkel dat kleine groepje hebben belangstelling voor poëzie, of staan er tenminste voor open. De afgelopen twee edities van de Nationale Turingprijs lieten zien dat enorm veel mensen serieus bezig zijn met het lezen en schrijven van gedichten. Bij de eerste editie in 2009 zijn ongeveer 16.000 gedichten ingestuurd en bij de tweede editie in 2010 ongeveer 10.000. Een groot deel daarvan was kwalitatief hoogstaand, sla er de twee beschikbare bloemlezingen maar op na. En dat waren lang niet allemaal gedichten van gevestigde dichters. Er loopt dus kennelijk een grote groep nog onontdekte dichters rond.

    De Turing Nationale Gedichtenwedstrijd kan een belangrijke rol spelen in het naar de oppervlakte brengen van dat talent.’ De Poëzieclub heeft volgens Nasr destijds een risico genomen door de prijs open te stellen voor alle dichters, dus zowel de onontdekte dichters als de gevestigde namen. Nasr: ‘Het gevaar was enerzijds dat de wedstrijd om zeep zou worden geholpen door een onafgebroken stroom slaapverwekkende rijmelarij; anderzijds liep men het risico dat de wedstrijd zou worden gekaapt door de gevestigde dichters. Geen van beide is gebeurd. Doordat de gedichten anoniem worden beoordeeld heeft ieder gedicht evenveel kans om te winnen.’

    Dit jaar staat de wedstrijd ook open voor inzendingen van Vlaamse dichters. ‘Er is natuurlijk geen enkele reden waarom deze dichters niet zouden mogen meedoen,’ zegt Nasr hierover. ‘Vanzelfsprekend is de Vlaamse poëzie anders dan de Nederlandse. Ik heb 18 jaar in Antwerpen gewoond, ik weet dat Vlaanderen een eigen cultuur heeft, een identiteit die duidelijk verschilt van de Nederlandse. Maar bij alle verschillen in cultuur en mentaliteit is er één element dat ons met elkaar verbindt en dat is de taal. Daarom ben ik blij dat de wedstrijd nu ook voor Vlamingen is opengesteld. En laten we de verschillen nu ook weer niet groter maken dan ze zijn. Het is uiteindelijk niet meer dan logisch dat de Vlaamse dichters nu ook aan de wedstrijd kunnen deelnemen en ik ben dan ook blij dat dit vanaf deze editie ook inderdaad het geval is.’

    Jurering De voorjurering van de inzendingen wordt gedaan door de redactie van poëzietijdschrift Awater. De top 100 wordt vervolgens onder voorzitterschap van Ramsey Nasr beoordeeld door een jury bestaande uit Ellen Deckwitz, Mauro Pawlowski, Alexander Ribbink en Halina Reijn.

    Alle gedichten worden anoniem beoordeeld. Door deze opzet is het bij de vorige edities van de wedstrijd voorgekomen dat gedichten van gevestigde dichters de eerste ronde niet doorkwamen, en die van hun onbekendere collega‘s wel. Hoe is dit mogelijk? ‘Je moet het doelpunt niet verwarren met de voetballer,’ zegt Nasr. ‘Men is dichter van professie, het is een bestaan. Een gedicht is daarentegen een momentopname, een eenmalige gebeurtenis. Het gaat in de Nationale Turingprijs om het beste gedicht.’ ‘Het kan natuurlijk dat een goed gedicht van een gevestigde dichter ten onrechte de eerste ronde niet overleeft. Dat kan te maken hebben met het grote aanbod: uitgeverijen wijzen ook wel manuscripten af waarvan ze zich later voor hun kop kunnen slaan dat ze dat niet hebben aangenomen. En waarom zou een gedicht van een minder ervaren dichter niet beter kunnen zijn dan dat van een gerenommeerde collega? Dat betekent niet per sé dat de ene dichter beter is dan de andere; het betekent alleen dat de jury het ene gedicht meer waardeerde dan het andere.’ Vraag is dan natuurlijk wel op welke criteria de gedichten worden beoordeeld. Nasr: ‘Ten behoeve van de vorige edities is een aantal criteria geformuleerd waar bij de beoordeling op gelet zou worden, zoals: consistentie, aantrekkingskracht, doeltreffendheid en originaliteit. Probleem is dat voor elk criterium een tegenargument valt te verzinnen. Als je bijvoorbeeld het criterium ‘originaliteit’ tot dogma verheft, ondergraaf je het. Er is dan niets origineel meer aan die originaliteit. En is een sonnet waar bijvoorbeeld een extra regel aan is toegevoegd een mislukt gedicht? Ik denk het niet.’ ‘”Poëzie moet niets, begot,” zei een Vlaams dichter eens en daar sluit ik me bij aan,’ vervolgt Nasr. ‘Een goed gedicht gehoorzaamt aan de eigen regels, heeft een eigen, innerlijke samenhang. Ik ga de gedichten daarom niet op andere regels beoordelen dan de regels die uit het gedicht zelf naar voren komen. Daarom zou ik tegen de inzenders willen zeggen: verras me met je eigen regels. Alles kan, mits goed gedaan. Het gedicht moet één ding doen, en dat is: de lezer verleiden het nog eens te lezen.’ Maar betekent dat niet dat de inzender is overgeleverd aan de smaak en de voorkeuren van de jury? ’Natuurlijk,’ zegt Nasr. ‘Maar dat moet je ook niet willen voorkomen. Er zijn geen objectieve criteria waar je een goed gedicht aan kunt herkennen - gelukkig.’

    Gedichten inzenden Men kan de gedichten inzenden via de website van de Turing Nationale Gedichtenwedstrijd. Het inschrijfgeld bedraagt 4 euro per gedicht. Dit bedrag is verhoogd ten opzichte van voorgaande jaren om te voorkomen dat inzenders hele manuscripten insturen. Het inschrijfgeld dwingt de inzender tot enige kritische reflectie ten aanzien van het eigen gedicht, wat uiteindelijk de kwaliteit van de inzendingen verder ten goede komt. Tot de sluitingsdatum (1 november 2011) kunnen inzendingen nog worden aangepast. ‘Een gedicht wil gelezen worden,’ besluit Nasr. ‘Natuurlijk is voor veel inzenders het hoge prijzengeld een belangrijke motivatie om mee te dingen naar de hoofdprijs. Maar de hoofdreden zal voor de meeste dichters toch zijn dat de wedstrijd de mogelijkheid biedt een publiek te vinden voor het gedicht. De Poëzieclub organiseert dit om de totale belangstelling voor Poëzie te vergroten. De Turing Foundation maakt dit mogelijk en treedt in dit opzicht op als mecenas - dat vind ik het mooie eraan. Ik verheug me dan ook erg op de jurering van de inzendingen.’

    Edwin Fagel, Hoofdredacteur Awater, 10 oktober 2011