Derde editie 2011/2012

 
Nr
Titel

1.
7501
Albuquerquee baby
Laura van der Haar

“met een fletse bek van de kou zink je je huis uit
de stoep veert niet mee en de rest 
ook al niet  

er is een plek die je kent
waar iemand missen de vale gloed wordt
die soms boven steden hangt  

steden, waar 's nachts een trein voorbijrijdt
waar gespeeld wordt, muziek
die harkend op een hoop veegt
wat uit jouw hoofd verdween  

die hoop wordt een berg om in te schoppen
sneeuw, herfstblaadjes of
de plastic bekers na koninginnedag, desnoods
je schopt  

maar zij verdwijnt niet
jouw Albuquerquee baby
en met boliderode lippen
drukt ze vlinders in je kraag„

2.
9107
Ali Baba & de 40 Rovers
Martin Aart de Jong

“De vorige nacht alweer bezocht door vreemdelingen. U kent dat wel. Ze zwierven rond in kasten, ruimden zelfs de vuilinszakken. Doken onder in pakken yoghurt, zetten de thermostaat een graadje hoger, alles wat niet mag gebeurt je. Niet vooraleerst ze slaap als poeder rond mijn ogen joegen. Ze zijn zo uitgekookt.

Ik sliep een nacht maar ook de halve dag door, op kantoor wisten ze niet waar ik was, ook daar waarde een vreemde rond, in mijn kleren. Hij sprak een vreemde taal, boog in de koffiepauzes naar het Oosten. Het was ondoenlijk allemaal.„

3.
5933
Amadou
Jan Huizing

“Hij maakt schoon
Buiten kantoortijden
Hij heet Amadou
En denkt dat Toyota
De beste auto is
Die er is
Hij komt met de bus
Begint op de zesde
En eindigt in de kelder
De vuilniszakken gaan
In de blauwe container
Hij wil wel iets zeggen
Maar kent de taal niet goed
Hij heeft een kinderboek gekocht
Voor in de pauze op de binnenplaats
Hij leest over een boerderij
Een boer, een knecht, een paard
Het paard is ziek„

4.
2800
Banksia
Frank van Lier

“Zag haar in het licht van een vergeten dag
Las atmosferische berichten ongecodeerd
handgestuurde signalen door de ether
Een milde glimlach de lippen nauwelijks gekruld
Denk dat dit haar meest serene beeld is
Of was het zo'n transparante middag
Vol lange smalle bladeren onder een
Zeegroene zon boven een ander continent
Waarin zij bewoog kalm beschaduwd
En bijna los van de warme droge grond ?

Ik weet het niet

Haar licht was als een onvergetelijke dag „

5.
529
Bemoeizorg (2e prijs)
Kate Schlingemann

“Uw geboortedatum sprak ons aan,
net als uw burgerservicenummer
in combinatie met uw blauwe ogen
en de krullen in uw haar.
Ontwikkelt uw stoornis zich naar wens,
uw burgerlijke staat? Of indien u die niet hebt
verzon u weleens een beperking
of een virtuele geboorteplaats?
 
Wie bent u zonder levenslied?

Leeft u van de wind, op grote voet
of er zomaar wat op los? Wist u dat u
niemand bent die nooit het laatste lacht
of iemand anders kent?
Waar hebt u voor het laatst ontbeten,
weet u wat uw ouders doen
in de kleine uurtjes van de nacht?

Wij die alles willen weten
vragen u per ommegaande
uw persoonlijkheid
aan ons retour te mailen

p.s.

Het extra bijgesloten formulier
voor Ongewenste Gebeurtenissen
moet voorkomen dat wij u wissen.
En om calamiteiten te vermijden
heeft ons systeem al ingevuld
uw voorgenomen datum van
overlijden.

(zodat wij straks niet hoeven gissen
of u zichzelf hebt opgegeven
of wanneer u bent gestorven
of hoe u in hemelsnaam, zonder ons
in leven bent gebleven, en wij op onze beurt
u hebben kunnen missen)„

6.
6703
bent
Jantine Knevels

“Jij bent geel.
Als ik moet raden.
Ook nog om een andere reden.
En ik weet niet welke kleur ik heb.
Ik heb wel een cijfer.
Dat van jou is vier, denk ik.
En ik vind je handen mooi. En je stem.
En je licht. Het roept lees mij, zoals sommige boeken me aanspreken. Die waarin je iets bijzonders vindt, iets wat je altijd gemist hebt, maar vaag, iets wat wel van jezelf lijkt, maar dan nog beter. Niet van jezelf.
Je armen en benen zijn mijn type niet. En soms zie je er om de twee minuten echt compleet heel anders uit. Je gezicht verandert, je hebt genoeg verschillende. Dat heb ik ook.
Je bent de enige man in zicht, die me leuk lijkt.
Eerlijk gezegd.
Leuk genoeg om eeuwen mee te spenderen. Het lijkt alsof ik je daar al een stukje van ken. Van vroeger. Misschien hebben we ooit ruzie gehad. En zijn we toen beste vrienden geworden. Zo iemand.
En je hebt een hekel aan het woord leuk.
Dat vind ik interessant.
Maar leuk doe ik niet weg, want ik heb het al veel te lang.
En het is oranje. Het is een woord dat past bij zichzelf.„

7.
9669
Brief aan Michael
Nomi Ben-David

“Als je niet weet wie ik ben, ik was
het meisje dat altijd hoog in de boom
zat  -  net onderaan de groene kroon
waar de takken zo dun werden dat het
duizelend heen en weer boog  -
de boom en ik aan elkaar gewaagt
worden eens terwijl ik klim  -  blote
voeten op boomhuid  -  nooit weer dat
ik zo gelukkig was, behalve eens dan,
toen ik jouw horloge mocht bewaren
bij het voetballen, niet zij maar ik, en
jij de keeper was  -  later op de fiets
door eindeloos regen, je hand op mijn
middel dan in de koude wind je lippen  -
hoe je stiekem naar mij keek, dat jaar;                           „

8.
6905
Business as zoosual
Arjan Keene

“Ik hoef niet eens meer naar de dierentuin
om allerhande beesten te bezoeken.
Wanneer ik door de wandelgangen struin
verschijnen ze vanzelf uit alle hoeken.

De parelzwijnen, luiaards, trage slakken, 
de struisvogels met koppen in het zand,
de haantjes die zich nimmer laten pakken.
Hyena's sluipen kwijlend door het pand.

En kijk, de zilverrug in het vizier!
Hij trommelt grijnzend voor de troepen uit
en roept de apen op voor groepsvertier,
vast iets met neuzen, richting, nieuw geluid.

Ach, was ik in die jungle ook een krijger,
en niet alleen maar een papieren tijger.„

9.
10473
Carne Vale (3e prijs)
Hilde van Cauteren

“Terwijl de straten volstroomden met volk
zei je: ik hoor een zacht geruis, alsof iemand
een kraantje openzet. Traag reed een wagen
voorbij, met dansende dames in rode jurken.

Terwijl blauwe mannen vrolijk zwaaiden
zei je: ik droomde dat ze mijn hart wilden
stelen, voel het nog bonken. De luidsprekers
joegen een samba door de binnenstad.

Terwijl de hemel zich vulde met snippers papier
zei je: ik krijg te weinig lucht, alsof iemand
proppen in mijn borstkas stopt. Een knalgele
wagen draaide langzaam onze hoek om.

Terwijl je longen volstroomden met vocht
zei je: neem me nog een keer vast, ze komen
me halen. Onder luid gejoel tilden de dragers
de witte prinses op haar hemelbed.„

10.
10814
Chinese vrienden
Jacoline de Heer

“Zij verbazen zich over het hebben van een platenspeler,
vinden oude huizen een ramp en stripboeken alleen voor kinderen,
dragen dure parfums, dromen van Louis Vuitton, gaan naar zwemles
en oefenen de uitspraak van Nederlandse woorden.  

Vragen wat ze aan moeten op een Hollandse begrafenis, gooien
ook een schepje zand in het graf, gezien in een Amerikaanse film,
vertellen dat in China cremeren verplicht is, overbevolking denken wij,
alleen in de dorpen wordt nog begraven, in de bergen, zeggen zij.  

Zij hebben Engelse namen aangenomen en make up maakt hun gezichten
meer Europees. In hun geboortedorp staan huizen die door hen betaald zijn,
zonder verwarming zodat hun neefjes in dikke winterjassen tv-kijken.  

Wij eten hun jujube-snoepjes en drinken gekookt water met blaadjes,
bekijken de trouwreportage waarin zij onherkenbaar op fotomodellen lijken.
Zij serveren ons soep met waterleliestelen en kip gemarineerd in cola.„

11.
10746
Daktuin
Jacoline de Heer

“De vrouw op het betonnen dak
hangt was aan de verroeste lijnen
kleren klapperen in de wind 

ze gaat zitten in de zon, bewaakt haar was
overziet de steenwoestijn, er groeit hier niets
dan wat borstelig zwart mos

ze kan kijken tot aan de brug, de kerk
tot aan het einde van de stad, aan de rand
van het dak staat een kinderwagen

in de deuropening verschijnt een oude vrouw 
met een glas water in de hand.„

12.
1373
Dat is nu net de clou
Vincent van Asch

“Als ik een zak ben,
kan ik mezelf dan lek prikken?
Het potje met spelden,
hier op het krukje naast m'n bed.

Als ik een eikel ben,
kan ik dan een poppetje van mezelf maken?
De lucifers, naast de spelden,
liggen hier op het krukje naast m'n bed.

Als ik een lul ben,
kan ik mezelf dan aftrekken?
De papieren zakdoekjes liggen al klaar.
Naast de lucifers en naast de spelden,
hier op het krukje naast m'n bed.

Als ik moet oprotten,
waarop dan?
Op het krukje, hierzo,
naast m'n bed?

Dat ligt al vol.

13.
9252
De emmer
Runa S.

“Alles wat verdronk (bijvoorbeeld: week 
katje broos blazend, ogen dicht, tongetje
roze schuurpapier enz.) komt weer boven.

Zoals de schorpioen de kikker stak:
er zijn geen wegen uit deze emmer.

Alle gangen lopen dood en de weg terug
(een brug) was - altijd al - smeulende fictie.„

14.
8241
De ijssalon
Dick van Welzen

“Onder de platanen
stracciatella en croccangelo
grote spiegelramen verdubbelen de boulevard,
de stad, zelfs het heelal  

Paarse tongen likken de muren
graag herinner ik u
aan de efemere breekbaarheid
van de bougainville  

Misschien als we wat treuzelen
met het kantelen van de glazen
gaan ook de eens zo gewisse standpunten  

Achter de donkere heuvels is een baai
van waaruit wegens onbetrouwbare weermannen
de storm opsteekt
de kleine kinderdraaimolen
met de witte paarden
zal eindelijk voor zichzelf beginnen.„

15.
10928
Deadline voor happiness
Hedwig Baartman

“in het park een jongetje bij vijver
radiobestuurbaar bootje. Een
meisje wijst. Valt. Knie kapot - 
rood – waarom die kleur 

een appelboom aangevallen door het
seizoen – hoewel nog warm voor november,
dat moet gezegd - 

slaapwandelend scheen ik gisteren de tarantella
gespeeld te hebben op de blaasbalg van de buren 

een aardappel achtergebleven in de kelder 
kijkt me misprijzend aan 

een week later glimlacht hij van ouderdom,
gerimpeld en met wrat 

toch komt het er maar niet van„

16.
2679
Desideratum
Josse Kok

“    wie
ruikt nog de rijkdom
    aan regenboogeinders
proeft melk en honing
    nog voor het de tong raakt
spreekt nog van broeders
    als ouders verschillen
droomt nieuwe kleuren
    ver buiten de aarde  

    wie
voelt dat een valkuil
    altijd op de loer ligt
weet van deceptie
    als bitter en kwaad
wacht tot betekenis
    opklaart uit nevel
noemt mussen profeten
    sterven een daad„

17.
804
die dienaar
Kaaps Viooltje

“die dienaar

ek het die taal gespreek van die oorwinnaars
die base die predikers en die onderwysers

ek het geprijkt op groot borde in die stad
en my verskuil in die klein letters van die wet

ek het berug geword en is aangekla weens één woord
dat die samelewing in twee ongeijke dele splijt

niemand wou my nog ken verstaan ​​of praat
ek is gesien as die brenger van die kwaad

ek is verban na achterkamertje en taalkundig woordeboek
die dienaar werd gestraf vir die dade van sy meester

ek verdroogde tot 'n besienswaardigheid
en 'n aandoenlijk dialek vir stukkende siele„

18.
3645
Dierenverhalen
Koen Croese

“Ik zag in jou nog nooit een vis.
Het spijt me, kennelijk ken ik
mijn dieren nog niet goed genoeg,
wanneer ze zich in jou verstoppen.

Een vijver wel, zoals in iedereen,
met kringen, water dat op water drijft
en omtrek waar ik soms omheen ben, dier
met dorst en aarzelingen.„

19.
9387
Dochter
Lars

“Het zwembad, 's avonds.

Rimpelloos, als ze langs schrijdt -

niemand die haar duwt.„

20.
10354
Donker
Peter Kuipers

“Het is zo donker Dat je alleen maar licht ziet Zo licht Dat je alleen maar zwart voelt Zo donker Dat je alleen maar wit ziet Zo licht Dat je alleen maar lucht voelt„

21.
9234
doorgang
Willem Tjebbe Oostenbrink

“'k las een gedicht van begin tot eind
daarna zinnen van achteren naar voren
stukken overdwars, 'k zag overal ik
verloor mezelf  

in India dwaalde ik door de woestijn
ik kwam mijzelf tegen en later
een chauffeur van een busje

in het museum bezocht ik een expositie
'k liep tegen de nummering in tot
aan het begin het gebouw weer uit  

maden hebben twee bruine stipjes
het lijkt de kop, het is het achtereind  „

22.
9253
Dorst
Runa S.

“Het is niet zeker waar die dorst vandaan komt
het durven slikken. Soms zouden we liever slapen

maar ogen dicht doen is naar binnen kijken: een ander
wakker worden, als het licht al binnenvalt en het toch nog

midden in de nacht is. Elke snee is een tree op een ladder
zeg ik en nee ik ben niet zeker of we zeker moeten willen zijn

waar die dorst vandaan komt, of mensen beeldhouwwerken
zijn, hoe hard we moeten hakken om ze af te krijgen

of we niet eerder vloeien, lek langs alle kanten, drinkbaar zijn.„

23.
4306
droom 8
Nicolette Marié

“Het huis kent vele trappen
en ik loop ze allemaal op en af,
sommige zelfs twee keer achter elkaar.
Bovenaan een hele lange trap blijf ik staan.
Er is geen overloop.
Er is geen licht.
Er is niets wat op een vervolg duidt.
Ik roep: "Vooruit met de geit!"
Achter me hoor ik een zacht mekkeren.
De trap begint te zwenken en blijkt
bij nader inzien een hangbrug.
Er klautert een vriendelijk kwispelende geit
langs me heen, die zich voortvarend
in het duister stort.
Mokkend volg ik haar.
We landen tussen de sappige grashalmen.
Ook schijnt de zon.„

24.
2521
een mysterie opgelost

“God maakte op een
vrije zaterdagmiddag Adam
en plaatste hem in een tuin,
de Hof van Eden,
maar Adam was alleen
en ontevreden

Daarop maakte God op een
maandagmiddag uit een
sparerib van Adam Eva,
en Adam zei tegen de vrouw:
"kom, loop, lig en ga"

Dit spel was leuk, totdat
de vrouw boodschappen
ging doen en thuiskwam
met golden delicious

"Eet "; zei de vrouw, "maar
 vergeet niet het stickertje
met God eraf te halen "

Toen ontstak God in
groten toorn, want
nooit eerder had iemand
het gewaagd uit Zijn boom
appels te plukken

En op een late woensdagnamiddag
werden Adam en Eva niet
gestenigd, maar weggezonden, want
God was in een goede bui
en nogal lui

Zijn moeder had die dag
gehaktballen gebakken en
dat vond God heel erg lekker,
daarop bepaalde God dat vanaf
die dag woensdag gehaktdag
zou zijn.„

25.
4661
Een Zondag In Lagorce
Ronald van Noorden

“De kerk is uit, de boeren worden jagers, en schieten
offervaardig een rustdag aan flarden.  

Verdreven vogels vluchten in de toren, maar de koster
houdt geen schuilkerk voor vluchtelingen.  

Voor zijn late dienst hangt hij zelf in de touwen.
En zie: het regent lood.  

De mannen hebben schik om wat hen voor
de loop komt van godswege.„

26.
10933
En ze leefden
Hedwig Baartman

“daar, aan de andere kant van – wat is het -
krijg ik kussen van je, zijn vingertoppen letters
geworden, lach je me toe in symbolen

ik ben bang voor de post-it op de koelkast:
'mijn vrouw kussen'. Had gedacht dat je armen
altijd en vanzelf

op mijn helft is het koud, een burcht van
nachtschaduw. Je snurkt, hoor ik.
tussen je mond en mijn borsten
liggen pizzadozen

als ik de volgende dag rondtrek in een helikopter
zie ik je zitten. Hoe je me typt. Hoe je met rode
konen. En hoe je halfgesmolten naar me zwaait„

27.
2323
Evenwicht
Tijsterblom

“Kareltje van Berkel kon lopen
zonder handen aan de leuning
over de rand van het viaduct

gisteren sprak ik nog even met
zijn moeder„

28.
6992
GEDICHT
Erik Bies

“Wij sterven allen
net als de dieren
Er is niets aan te doen

Dit besef leidt tot
urenlang voor mij uit
staren totdat ik

het potlood pak
en schrijf
dat wij allen sterven
net als de dieren

en dat er niets aan is te doen„

29.
2428
Gesprek in het zwembad
Johan de Koning

“Dus Speuld, zei de man met de snor
in het zwembad, Speuld hoort bij Ermelo.
Ja, zei zijn vriend, die net als hij
in het bubbelbad lag, Speuld hoort bij Ermelo,

maar Uddel hoort bij Apeldoorn.
Dus Speuld hoort bij Ermelo en Uddel
bij Apeldoorn, zei de man met de snor
in het bubbelbad. Ja, zei de ander,

maar Ermelo was vroeger van Nunspeet.
Toen hield het bubbelbad op
en zwom ik naar de stroomversnelling,
maar onthield wat ik zojuist had gehoord.„

30.
3246
Groot
Bart van Oost

“De kroketten zijn speciaal voor mij.
En het brood en de boter.
Ook de koe is dus
gemaakt voor mij.
En het gras en het graan.
De boer heeft goed zijn best gedaan.
Voor mij.

Mijn moeder werd voor mij geboren.
Mijn vader nam een baan voor mij
en de poes past
precies in mijn schoot.
Dat kan geen toeval zijn.

Maar vanochtend was mijn broek
plotseling te klein
en nu tocht het rond mijn sokken
alsof de wereld zeggen wil:
ik wacht niet meer op jou.

Ik heb een stoel gepakt.
Ben voor het raam gaan staan.
De tuin ligt er verlaten bij.
Het hekje staat open.
Mijn bal ligt nog steeds op het dak.„

31.
801
groot druppels
Kaaps Viooltje

groot druppels

groot druppels spat
en tik teen my ruite
hulle kom van binne
en nie van buite

'n koue wind suist
ruisend in my ore
hy waai uit my hart
reg my skedel in

die schrale weer is
'n miezerig venster
waarin ek my spieël

my kind doolt
verlore in mis
weg van die geluk„

32.
2711
Haikuplankje
Henry Fowler

“Aap noot Mies Wim Zus
Jet Teun vuur Gijs lam kees bok
Wei does hok duif schaap   „

33.
6676
Herhaling
Nicoline

“Al het bestaan
is enkel herhaling
verhalend en wel

zoals de vrouw
die elke meivakantie weer
haar manuscript herschreef

of de man
die in elke nieuwe relatie
nog nooit zo gelukkig was geweest

of ik
die mijzelf afvraag
of de wind
niet moe wordt van zichzelf„

34.
5097
Het is mooi
Jelmer van Lenteren

“Het is mooi hoe ze zegt: mooi hè!
Over bijvoorbeeld de Botlek. Nooit over mij.
Ze houdt van industrie als van haar eigen borsten.
Vind je ze lief ? vraagt ze.
 
En ik zeg: ja. Bij gebrek aan liever.
Bij gebrek aan haar affectie sluit ik soms
het portier van de auto alsof het haar benen zijn.
Heel zachtjes. Als ik er net ben uit gekomen.
 
Ik laat één hand rusten op de ruit. Die voelt koud aan.
Het voelt als net onder haar billen weet ik.
 
Op de Maasvlakte geeft ze me de enige kus van die dag.
En ik maar blij zijn. Dat ik heel even mag.„

35.
5971
Het laatste gedicht
Leo Mesman

“Stel, dit wordt het gedicht
dat alle andere gedichten overbodig maakt.

Ik word de enige winnaar van de (laatste!)
Turing Nationale Gedichtenwedstrijd.

Er breekt een algehele poet's block uit,
die Ramsey Nasr en alle andere dichters
in Nederland en Vlaanderen het zwijgen oplegt.

Sommige uitgevers lachen in hun vuistje,
eindelijk verlost van een vaste verliespost.

Maar daar staat een heel leger aan poëten,
redacteuren, professoren en juryleden tegenover,
die hun werk, inkomen en status kwijtraken.

En dat in een tijd waarin de culturele sector
het toch al zo moeilijk heeft!

Daarom hoop ik van harte dat dit gedicht
niet als het best denkbare uit de bus zal komen.

Velen blijft dan onnodig leed
en mij de eeuwige roem bespaard.„

36.
5940
Het water uit de plassen
Jan Huizing

“Ik was al een tijdje
Mijn stem kwijt
Toen er werd aangebeld
Door een meisje
Van een telecombedrijf
Met een aanbieding
Als ik nu een abonnement nam
Kreeg ik er een toestel
Gratis bij
Ik schudde mijn hoofd
Teleurgesteld draaide ze zich om
En liep terug de regen in
Zich niet bekommerend om
Het water uit de plassen
Dat opspatte tegen
Haar blote kuiten
Bij elke stap
Die ze deed„

37.
10881
HIER EN NU
Renee Simons

“Boven, op de bank met de oude kat,
buiten woedt het voorjaar.

Beneden zoogt de jonge kat
drie nieuwe naamloze mormels.

In Amstelveen sterft mijn moeder
terwijl haar tuin ontwaakt.
Dit is wat ik weet, ik weet niet hoe het smaakt.„

38.
8761
HIJ EN DE ANDER
Peter-WJ-Brouwer

“Een ander had het
altijd gedaan.
Daar was steeds wat

mis mee,
dat kon niets worden.

Sprak hij achter het raam
boven zijn orchideeën,
terwijl hij ijverig terug zwaaide

naar de hand in de lucht en de lange
manen die vrolijk wegfietsten.
Maar vast niet naar de kapper,

lispelde hij ons al
over zijn schouder toe.

Later herinner ik mij hem
van allen
die het volgens hem niet hadden

als enige kaal.„

39.
10572
Iets ouds en blauws
Elin K.

“Lisdodden sisten en stolden tot scharen
het nachtriet knipte haar rokken rond
het regende bogen en vloeibare haren
slibten gulzig om haar slikkende mond  

Het dorre slonk in aarde
waar blijven niet kan
en al het bewaarde
verdween - ook een man 

Bij de haard brak het broze
en wit als de as was
keek ze enkel door zwart glas
maar niet meer gekozen„

40.
4677
IJle lucht
Jonathan Robijn

“De Chinese kriekenkerselaar
vertraagt de groei
de muiltjesfanfare kondigt
in de winkelwinkelstraat
een volgende staking aan
want er heerst crisis, anarchie
hangt aan een wasrekje te drogen

de vrouw van de lampionnenfabriek
wiegt met haar suikerklont
ze vraagt of iemand de hakken
van haar schoenen heeft gezien
wrijft met haar miauw over de glazen bol
voorspelt een perzikroze winter
verwacht een aalmoes voor vannacht„

41.
10894
Ik ga op reis en ik neem mee . . .
M. Sterrenplek

“Ik ga op reis en ik neem mee

mijn nieuwste kaart voor over zee

Een paar hemden en vijf broeken

waar niemand ‘n weg uit hoeft te zoeken,

een tube zonnebrand, een boek voor in de nachtcoupé,

voor tere zielen: driemaal daags verband!


Ook vier dadels dansen mee

in driekwartsmaat om hart te luchten

Zie, dromers zonder zadels die

al hun nachtmerries ontvluchten


Onder&tussen: rails en bielzen, ijzer en hout

zij kruisen en kussen, vertragen, bevragen

de grote zon tot hij weer op komt dagen.

 

Nog steeds op reis dus ik til mee

dit vege lijf, mijn oud’ valies

in huid en haar gevlochten; en jij?

Kies jij nu ook voor mij zoals ik jouw

mooie botten schragen en beminnen zal

in voor- en tegendagen en voorbij wind en kou?

 

Nu sta ik hier en werp van mij vandaan

een laatste tube tandpasta

mijn bril die steeds vooraan

wil zien hoe deze nacht zal neigen.


Nog net niet thuisgekomen

wel al heel dichtbij: de keukendeur,

een pop met krullen en dan jij,

achterop mijn nieuwe fiets

Lachte jij het eerst naar mij

en ik, ik deed nog niets?

Of dacht ik: groei ik, wacht en bloei ik . . .

 

Wij gaan op reis en nemen mee van hier

ieder elk twee muntjes

voor over de rivier.„

42.
9699
Ik haat je
Ries Agterberg

Ik haat je zoveel
dat elke stap van jou me interesseert,
elke kus de mijne zou moeten zijn,
elke vloek een zonde die slechts aan mij veroorloofd is.  

Omdat dit niet zo is,

haat ik je meer
dan ik ooit iemand beminnen zal.  

Mijn nagels strelen in gedachten
jouw tedere lichaam
zodat
bloedstrengen zich duidelijk
aftekenen.  

Elke dag opnieuw jouw afwezigheid
maakt me gek, 
elke dag opnieuw
besef ik hoe meer ik je haat
omdat ik je mis
elke dag opnieuw.

43.
3024
ik leidde mijn liefste rond door het geboortedorp in mij
Joost Baars

“hier woonde het meisje wiens vader doodging toen ze twaalf was
en die me belde dat ze niet mee naar school zou fietsen, huilend
natuurlijk, waar ik, ook twaalf en doodsonnozel nog, slechts één
letter tegenover had, een droog en doodslaand “O…” hier zat ik
op school en in de vijfde klas was er een meester die de lastige
kinderen sloeg, ze soms zelfs bij hun kraag greep en tegen schoolbanken
smeet, waarna natuurlijk met niet al te lange tijd een man in regenjas
de school in kwam, ja echt een soort columbo, met wie ik mee moest
naar een kamer, waarin hij overtuigend rustig vroeg wat ik gezien had,
en ik moest toegeven van ja, de meester, die een flauw soort humor had
waar ik van hield en die af en toe gitaar speelde terwijl we rekentoetsen
maakten, had geslagen, maar die kinderen waren ook wel echt vervelend,
dat vond de hele klas, waarna columbo knikte en ik weer kon gaan,
en die meester snel zijn baan verloor. hier woonde een meisje dat niemand
echt kende, ik ook niet, van wie het enige dat ik wist was dat haar moeder
zelfmoord had gepleegd, dat was tenminste wat er over haar de ronde deed,
ik heb haar enkel af en toe voorbij zien lopen, altijd die gebeurtenis op haar
gezicht, zo leek het. hier woonde mijn vriendje a., twee huizen verderop,
die ooit een tijd bij ons kwam wonen omdat zijn moeder in een kliniek
werd opgenomen nadat ze zichzelf in brand gestoken had, wat mij
verteld werd door mijn vader, bij wijze van verklaring voor het onverwachte
tijdelijk gezinslid, maar waar ik het nooit met a. over gehad heb, drie
als wij waren, spelend in de achtertuin, het kan oorlogje geweest
zijn, verstoppertje, klapperpistolen vanachter de heg, en soms
misschien niets anders dan een dreigend wolkendek.„

44.
1663
ik zag een aapje op de weg
Elisabeth

“ik zag een aapje op de weg                             en fietste terug   ik hurkte mijn hals strekte zich uit                      over mijn gespinsel   wat moet ik met dit aapje?   ik ben een pop die niet branden mag   hout op hout hout op hout en een mannenstem ik spin   ik ben een leeg omhulsel, een soepblik van Andy Warhol   ik raak het aapje aan het is dood   mijn aapje is dood en ligt langs de weg„

45.
7474
in dit land wil ik niet wonen
Maria Foerier






boven de rivieren is het kouder dan ooit
bakstenen huizen, betonnen gebouwen
nijdige vrouwen met blond geverfde haren
in plukjes overeind gezet

maar ze lijken zo juist ouder
waar het bloed kruipt stroomt het niet 

kleurloze mannen, weinig te melden
veel te verstouwen, gestoken in confectiepakken
als ze al pakken dragen kunnen
’s zomers sandalen 

en soms een korte broek

46.
6089
IN LATER LICHT
Fred Penninga

“Laten we zeggen dat hierna een mooie regel komt
zoals de aanblik van een plein met palmen en fontein
in later licht en dat je zomaar een hoek om slaat 
en dat er weer een mooie regel staat

met bijvoorbeeld bozige zigeunervrouwen
waardoor dat plein allure krijgt
laten we dat zeggen en erin geloven

het kan, de ingrediënten liegen er niet om
zoals de aanblik van een plein
met palmen en fontein
en bozige zigeunervrouwen
bij tegenlicht

zie je wel?

 „

47.
3453
Incarnatie
Corrie Kopmels

“Vanochtend schrok ik wakker
in mijn eigen lijf met de huid
van mijn moeder, helder dooraderd

soms buigt ze zich in mij
als ik een schaal op tafel zet

ooit zal mijn handgebaar of oogopslag
zich in een bliksemflits vertalen
in het lichaam van mijn kind„

48.
10260
jouw gedicht
Erikamannink

“Zo bezongen
klonk het bos weer heel anders.
ging er tegenlicht uit
van de kruinen
steeg een lentegeur
van zoet hout
naar onze hoofden
verleidden zelfs
de meest stekelige takken
tot een streling.

Ja, zo bezongen
klonk het bos weer heel anders.„

49.
178
KAIROS
Paul Gellings

“Middag in augustus, de zon op zijn hoogst.
Een terras in de schaduw, donker en diep.
Het land warm en verlaten; het dorpje sliep
in een geur van rogge die net was geoogst.

Wat stoelen, wat tafels, een zoemend insect,
drie parasols, een haag van ruisende bomen,
de middag werd vloeibaar, het uur was gekomen
het terras ontwaakte, door ons tot leven gewekt.

Het werd een boot, naar ongebroken kinderjaren.
Het bewoog en maakte zich los met een zucht,
zodat we eindelijk terug konden varen.

Zonder moeite werd toen de tijd overbrugd,
want het duurde maar even voordat we er waren,
in klaterend zonlicht, spiegelende lucht.„

50.
9077
kerstgezicht
Helleman

“wanhopig koud en slaafs verlangen in de broek
de nacht is aan een lange shift begonnen
ik zet thee, rook met olympische precisie
mijn derde pakje leeg, de discipline van vergetelheid

of het nu maandag is, of zaterdag, of kerst
ook vandaag is een dag als een ander:
ik drink thee, lees wat in een tijdschrift
god is op reis, sneeuw ligt als troost op de dakgoot

buiten gooien koningen met sterren, elk om ter verst„

51.
6033
Kinderliefde
Paul Roelofsen

“Wat wil je later worden, jongen
Hond, opa

maar je weet
dat ik niet van honden houd

U bent dan oud, opa, en blind
ik leid u dan

Waarheen, mijn jongen?
De sloot, opa

en wanneer u bent verdronken
en wordt begraven

zal ik daarbij janken„

52.
5407
kindervriend
Maarten van Doremalen

“elke nacht word ik klaarwakker van zacht kindergehuil
dan eet ik beschuitjes pekelvlees en luister naar Mozart

elke ochtend trek ik een zwart uniform met ijzeren kruis aan,
stop in brievenbussen pamfletten met opvoedingswenken

wekelijks predik ik onvermoeibaar voor volk en vaderland
over de noodzaak kinderen te behoeden voor het kwaad

zondags draag ik trots mijn koninklijke onderscheiding
voor mijn jarenlange inzet voor de speeltuinvereniging

mijn beste vriend is een ex-pater uit een ver internaat
met een zelfde liefde voor de schoonheid van de wereld

’s avonds dalen we af naar mijn souterrain en troosten
we langdurig de ons door God gezonden kinderen„

53.
8568
Klein
Elisabeth Bakker

“Klein,
voel ik me

Klein propje papier

Dat graag
gladgestreken
                  wil       „

54.
1034
Kust
Michelle Brouwer

“ik laat mijn vingers door het
hoge groene gras glijden en
denk aan de dag dat we
onze zwemkleding pakten

blote voeten op asfalt
kleine kans dacht ik
kleine kans dat het lukt
vier kilometer naar het strand

het was eb je pulkte schelpen
uit de bodem terwijl ik keek
naar hoe je billen bijna het
natte zand raakten

ik knijp zachtjes in de besjes aan
de struiken en denk aan hoe we
op onze rug lagen en dat ik door
je T-shirt je borsten zag, plat

zand in mijn nek in mijn shirt tussen
mijn tenen en ik dacht dit is het moment
en ik draaide me naar je om

ik steek twee vingers in het door
golven gelikt zand omdat het lekker
voelt en ik denk aan hoe je giechelde
en mijn hand op je bovenbeen

aan je blonde haren op het strand je
gesloten ogen je lippen en hoe je
wegliep toen het vloed werd„

55.
4651
Lada
Ronald van Noorden

“We noemden haar Lada,
niet van huis uit haar naam,
een sloom hippievriendinnetje,
uit zichzelf onbewogen.                                                    

We sleutelden hardhandig
aan haar wezen, staken om haar
de koppen bij elkaar, haar
belagend met geërfd gereedschap.                                

Toen was zij klaar, een vervaarlijk
clubhuis op wielen. We lapten
de man een paar tientjes
en staken de hemel in brand.  

Maakt het uit waar je heengaat?
Je neemt een afrit als elke afrit
in de richting van zomaar een
stad, een strand, je vergeet dat  

plaatsen namen hebben. Voeten die
ons jeukten werden wapens op
het gaspedaal, toevallige lifsters
kregen de rit van hun leven.  

Nachtelijke ritten waarbij het licht
voor een moment gedoofd werd
en wij -met donkerte in zicht-
genoeglijk met ons leven speelden.  

Nee Lada, we namen je niet mee
uit wandelen. Je zou ons liefje
worden voor een snel seizoen
dat ergens in een sloot belandde.„

56.
9621
Lunchpauze
Nomi Ben-David

“Een kind met stok sluipt in het struikgewas,
de raaf kraait  -  schreeuwend zaagt hij de
middag als een spiegelei doormidden, vloeigeel
met aan de randen nog een ander licht, van 
daarvoor  -  wasgoed taal, wind, en bladzilver;
dan krimpt hij, wordt vogel als alle anderen,
vliegt af,  - de reiger kijkt niet om, weet, hij
komt zoals de dief of moordenaar, terug naar
de plaats van de daad  -  niet eens de nacht 
kan hem ontzien  -  schuldbekennend, kraaiend
wordt hij vroeg klagend, als eerste wakker  -

en morgen, is er weer een of ander kind, dat
oorlogskreten roepend, de narcissen omver trapt.                       „

57.
4765
MAN IN DE STRAAT
Koos Schreurs

“Dat de dood geen sociaal leven heeft
is een fabeltje, een unfaire pers.
Natuurlijk, soms ontsteekt hij 't vuurwerk
van oorlog, pandemie en catastrofe.

Maar hij zorgt bij elke maaltijd voor gedood
leven in de vorm van drank en voedsel.
Hij, van zaad tot zerk onwankelbaar
gehecht aan elk wezen, hoort erbij.

Een keer, in 't kader van een hartinfarct
heeft hij mij uit de verte schuw gegroet
'n keurige, timide man met aktetas.

Wie weet wilde hij jou 'n keer ontmoeten
maar drentelde hij aarzelend en te
verlegen keer op keer jouw deur voorbij.„

58.
10682
Mijn ouders zijn goed in ontvreemden.
Kira Wuck

Mijn ouders zijn goed in ontvreemden   Op de kleuterschool steel ik een houten paardje, niet omdat ik het een mooi paard vind maar omdat niemand het ziet als ik hem in mijn zak stop. De meeste dingen gebeuren tijdens iemands afwezigheid.   Mijn vader brengt nooit zijn elpees terug naar de bibliotheek en zegt dat als je maar lang genoeg wacht, ze die toch niet meer zullen missen. Het paard heb ik niet gehouden.   In de tram rijden we zwart, bij elke halte kijk ik geconcentreerd of ik de blauwe mannen zie en repeteer ik de regels van ons spel.    Mijn moeder is verliefd op mijn logopedist, ze komt het huis niet uit behalve voor mijn spraaklessen. Op mijn verjaardag drinkt ze andere moeders eruit. Daarna is het een kwestie van tijd wanneer ze aan haar danssolo begint.   De blauwe mannen kijken naar mijn vaders zwarte krullen.
Ik hoor het adres van een oude kennis, dat de man in een boekje schrijft.
Hetzelfde adres waar ook de rekeningen van de bibliotheek heengaan.   Ik glimlach naar de conducteur en zwaai met mijn benen die ruim boven de vloer hangen, altijd beleefd blijven.   Later lukt het mijn moeder ook niet meer om voor mijn spraaklessen het huis te verlaten. Nu stuurt ze mijn logopedist kaarten met blauwe luchten en stranden erop.   Mijn vader leert mij fietsen en laat mij voor het eerst los op een berg. Mijn voeten zoeken de trappers en ik ben bang, maar hij weet dat ik het kan vandaag.    „

59.
4932
MOOIE VROUW
Michiel Hanon

“de mooie vrouw groet
dus herkent zij mij
mijn beeld moet ergens
in bepaalde vorm
op haar harde schijf bestaan  

als we elkaar na een tijd weer zien
zal ze mij in haar vinden
ze draagt mij overal
en altijd met zich mee  

en misschien, heel misschien
komt deze enkele spore
na lange tijd van overleving
eens in dit mooie, zachte lijf tot leven  

gestaag delend
groeiend diep onder haar huid
steeds voelbaarder kruipend door haar vaten
tot een goedaardige, overal aanwezige
structuur - genaamd ik
badend in haar liefdevolle aandacht  „

60.
9616
mysticus
Jan Hidding

“Mijn vriend V
die aflaten in dozen verkoopt die,
mits afgerekend,
de hemel garanderen
vertelde,
op dezelfde dag
dat ik s’morgens
wakker werd in het besef
van een goddelijke aanwezigheid,
hoe mooi hij mijn gedichten vond.

die toevalligheden
daar geloof ik niet in.„

61.
9326
Niet bij haar
Branko van Hulst

“Het mooiste is zien dat ze te lang kijkt
het allermooist de tweede keer en het
bijna zeker weten.  

Kijk uit het raam of praat met vrienden.  

Werp de lucifer brandend, vlam
en doof vrijwel
tegelijkertijd.  

Knoop om de pup een vuilniszak
voordat ze met je danst of
zindelijk kan zijn.  

Laat het koude flesje bier
halverwege staan, dronken
wordt je niet
bij haar.„

62.
6082
Omertà
Erwin Steyaert

“Alleen de aangelanden hebben weet.
Van gebroken glazen en neuzen,
de lege planken en het harde brood,
het tandenknarsen in de lakens.

De jonge vogels op hun nest van roest
kijken weg. Vrouwen poederen de blauwe
plekken, trekken de muts diep
over de hoorns van de mannen.

Met de vinger op de lippen roept men
de kinderen van de straat. Uit de berm
rapen wij het zwijgen op. We zitten
aan de tafel en staren in de borden.  „

63.
9261
ondertussen op de Overtoom
Frouke Arns

“een zwerver met een Unoxmuts staat bij de halte
van lijn 1, het miezert op zijn shaggie;
zag hij de zee vandaag?  

een stel komt aangesneld, de pas gereed
twee vrouwen lachen anders  
nu de dagen lengen

het meisje van frituur Galaxy
ruikt naar mayo en als ze met je praat
kijkt ze naar je mond  

terwijl jij aan Damascus denkt
en aan die lente,
het woeden in de grond.„

64.
6044
onderweg
Danny de Mulder

“onderweg werd ik tegengehouden
door de werkelijkheid,
ik moest aan de kant gaan staan.  

of ik wel wist ik wie ik was
ik, en kon ik dat bewijzen.
en waar kwam ik vandaan.  

en als dit het was,
het leven dat ik leidde, dit,
wat ging ik dan van hier naar daar.   

wie had ik het laatst gezien
en wat had ik gezegd toen.
en wat betekent dat.  

had ik een vrouw gekust vanmorgen, innig,
en/of kinderen, zij mij.  

en of ik ogen had, blauw en donker,
diep, oneindig als de zee.  

en ook
hoe vreemd of mijn gedachten gingen,
en hoe vaak, waarom.„

65.
2642
Onrustig staartmeesje

“Pluizenbolletje, met je lange staart
en je brede zwarte wenkbrauwen,
waarom warrel jij niet met je vriendjes
vrolijk tussen knop en twijgjes door,
buitel jij zo eenzaam voor mijn raam
tik je aldoor lieflijk tegen 't vensterglas?

Ben jij een fier gevleugelde Narcissus
die ziekelijk zijn eigen spiegelingen kust,
je snavel tuitend onder flonkerende oogjes,
pronkend met het waas van roze op je buik,
dolverliefd op je potsierlijke gefladder,
jezelf verliezend in je eigen verderpracht?

Of ben jij door Eroos valselijk misleid
en meende jij een darteltje liefje steeds te zien,
wilde jij haar zoet verleiden met je capriolen,
heerlijk met haar paren in het boomgewas,
samen een behaaglijk nestje maken
van pluimpjes, spinrag, dons en mos?„

66.
7544
ontmoeting
Martin de Waard

“  ontmoeting
I
alsof het iets waard is iets te zoeken of te scheppen
te ontschepen uit een engte in een vreemde ruimte
in een vijandig gebied van platgetreden bemijnde wegen
II
alsof het niet waar is dat elk begin zijn voorganger
dat elk einde een nazaat nalaat voor een opnieuw
in een leegte die vol barstensvol van oud is

III
alsof ik erom vroeg tussen nieuw en oud
ingeworpen te worden en in het voorbijgaan
dan toch de voorbijen opnieuw te ontmoeten„

67.
637
Onze evolutie
Mark de Kok

“Om te overleven kan het evolutionair
voordelig zijn om klein en talrijk te zijn,
denk maar aan bacteriën.
Daarom zal onze soort zich
de komende miljoenen jaren
desnoods drastisch verkleinen
tot hoogintelligente microben die
intensief  en vreedzaam samen
zullen werken, zoals bij de mieren,
maar dan wel veel slimmer
en met een partij voor de dieren.„

68.
10238
Ophaalbrug
Kohlemainen

“Je komt er niet meer in ik heb mijn ophaalbrug
Je bent met je vrachtwagen van zwetsen mijn beschermd dorpsgezicht binnen gedenderd
Wat moest dat? Moest je weer spulletjes afleveren? Flessen water voor in de kraan? Lul
Maar ik ben in oude luister hersteld Ik heb mijn kinderhoofdjes en ik heb mijn ophaalbrug Je komt er niet meer in„

69.
10924
Overgave
Heleen van Loenen

“Ik weet, op dit moment, deze dag, heb ik mijn hele leven gewacht.
Maar ik wist het niet. Tot nu.

(Kan ik deze opdracht aan?)

Er is rust, zoals al dagen. Schaduw van het gordijn, daarachter een bescheiden bries.
Weinig woorden, koffie, een boterham, het wachten.
Hoe trots en lijdzaam het lichaam en de geest. Hoe eenzaam en onontkoombaar de dood.

De vrouw uit wie ik geboren ben gaat mij verlaten
of ik haar
De moeder door wie ik geworden ben
of zij door mij
Twee zielen blijkt één

Eindelijk
dankzij de dood
overgave

De verlossing van het
sterven brengt alles nabij„

70.
7073
Plaats Delict
Niels Blomberg

“Ooit was ik een eenvoudige straathoek
Eén van de vier
Eén van de duizenden
Ontmoetingsplaats van ijle lucht en vluchtige groeten
Met voeten getreden door gehaaste voorbijgangers
Een stoeprand en wat tegels met los zand aan elkaar liggend
Dekmantel voor water, gas en licht
Scheidsvlak tussen boven- en onderwereld

Maar nu ben ik PD
De bron van kruit en DNA
Met strenge krijtstrepen die verhalen van moord en doodslag
Een strakgespannen lint bakent mijn grens af
Mijn afgunstige broers torsen mijn bewonderaars

Wie mij vroeger schielijk betrad, stopt nu op eerbiedige afstand
Wereldwijd verschijnt mijn beeld op tv
Ieder anker is op mij gezakt
Lenzen speuren naar mijn geheimen
Microfoons smeken om mijn waarheid

Maar ik zwijg
Laat niets los
In het belang van het onderzoek„

71.
2617
PSALM
Inge Boulonois

“De boer is mijn herder,
het ontbreekt mij aan niets.
Mijn hele leven mag ik toeven
in de ligbox van zijn volle burcht.
Ik hoef goddank niet meer bij regen
en wind te grazen in het drasse slijk
van weiland onder bonte billboards
met lingeriereclames.
Geen opgefokte stier versteert nu nog
mijn rust: de boer zelf spuit me driftig
jaarlijks drachtig en mijn nageslacht
is talrijk als de vliegen in zijn gigastal.
Hij is mijn licht en mijn behoud.
Kwaad vrees ik niet. Hij zalft
de doorligwonden en mijn uiers
blijven overvloeien. Ik loof hem
loeiend tot in lengte van dagen –„

72.
6000
Punt van belang
Pauline Pisa


Aan de nachtdienst van 12-02-11.

In het afgelopen werkoverleg hebben we afgesproken dat we bij de palliatievelingen geen wisselligging meer toepassen als deze liggen te slapen.

Zeker in de laaste fase moet de zorg niet enkel en alleen gericht zijn op het voorkomen van doorligplekken.
Natuurlijk weten we allemaal dat we hun lichamen volgens een vast schema zouden moeten draaien, maar als dat pijn tot gevolg heeft. Nee.

Nogmaals:
Op papier zouden we hen moeten draaien,
maar als je dan beseft dat het een laatste dag, een laatste levensuur kan zijn!

Als je dit veel hebt meegemaakt, zoals ik, dan weet je dit redelijk goed in te schatten. Dan laat je de bewoner rustig liggen, dept zijn mond, haalt een kam door het haar.
Hooguit bevoel je voorzichtig het incontinentiesysteem, en controleer je of er natte plekken zijn.

Mens zijn voor de bewoner en menselijk zijn in in je vak, daar doen we het voor!

Werk prettig, en hou het rustig.

ps: in de koelkast staat nog lekkers van Trees.



 

73.
8449
Revérence voor een doodgewone Koningin
Toine Heijmans

Revérence voor een doodgewone Koningin     In de nadagen van de kille winter, die leunen tegen het te vroege voorjaar, staat zij er wat harkerig humeurig bij, als een werkster die met tegenzin aan de grote schoonmaak denkt; haar armen & benen steken als grijsgrauwe staken alle kanten op, levenloos.   Door de warmte van het eerste lentelicht zoekt zij zich een onderjurk van dunne lichtgroene bladeren en zodra de zomerzon hoog genoeg aan haar horizon staat, tooit zij zich voorzichtig met tere, roomwitte bloemschermen als schaterende bruidssluiers. Maar pas op Koningínnedag - en alleen dán - vlecht zij frivool door haar schitterend witte tooi ranken met de diep oranjerode vruchten van het Bitterzoet.   Sambucus nigra is haar naam, en toch, het enige zwart aan haar zijn de grappig golvende polsbandjes van minuscule bladluizen in het voorjaar en haar sappige paarszwarte bessen van kinderen in de roodkoperen herfst.   25 juli 2011„

74.
9354
Schrijven
Jean-Luc van IJperen

“In de nacht, als het bier
je schoonste slapen bezoekt
droom je niet.

En overdag, als het licht
je mooiste dromen vervloekt
besta je niet.

Maar ´s avonds, als het licht
donkert, schijnt de inkt
niet te drogen.„

75.
2771
Smaakvol
Heleen Bosma

“Het schijnt dat als je mensen minder slaat
ze minder blauwe plekken hebben.  

Als je zacht praat ze hun handen
zelden voor hun oren houden.  

Dat als je ze omhelst als ze dat prettig vinden
ze dat prettiger vinden dan wanneer je ze omhelst
als wanneer ze dat niet prettig vinden.  

Dat ouderen in een verpleeghuis in het geval
van smaakvol eten in een gezellige ambiance
32 procent meer groenten,
29 procent meer zetmeel
en maar liefst 76 procent meer appelmoes eten
dan wanneer ze smakeloos en ongezellig eten.  

Het management heeft hier nog geen afdoende verklaring voor.
Waren deze ouderen wel representatief,
niet te oud, niet te jong,
niet te uitzonderlijk mens? 



76.
5143
Soldaat
Albert Bobeldijk

“Een montere soldaat rolt open zijn floerse baret
Hier is het land, dit zijn de bloemen van het land
Hij streelt zijn amulet
Het breekt, het knakt van binnenin de steel

Zijn ogen breken, door scheuren kruipt het geel
Hij wil naar buiten maar niet in de zon
Hij kijkt neer van het balkon
Verstoorde zinnen, naar leervet ruikt het binnen

Zo marcheert hij door een hand gebroken licht
Hij groeit, in takken naar het licht
Alle plicht zal in het vaandel overgaan
Dat kun je op één hand natellen, hij telt alles na

Onaangedaan, in een snackbar op het zuiden
Een bleke tiener bij het raam
Gooit de gokkast vol, vreet zich rondom hol
Hier is het land, dit is de vetwalm van het land„

77.
226
Spoken van Rembrandt
Paul Gellings

“Glans en daglicht langzaamaan geoxideerd
tot avond met een ander, dieper perspectief
in de alkoven thuis had men elkander lief
en bij de hoeren werd het vlees geëerd

in gezelschap van het vroeg gestorven kind
in ons ontwaken wij nog steeds om twaalf uur
nu er op uit! het feest is slechts van korte duur!
gelukkig kent onze kapitein de route blind

men hoort de lansen op de Kloveniersburgwal
men ziet de vlammen op de toortsen trillen
en kijk, daar is de Dam, het Damrak al

dan verstrakken wij weer wanneer in de prille
zon de vensters hier opeens gaan zinderen
en wij alleen nog leven in het oog van kinderen„

78.
4399
spreekbeurt
Ilse van der Weeën

“spreekbeurt ...  

konijnen,
de ruimte,
bonsais,
Anna Eleanor Roosevelt,
in de middeleeuwen leven,
boeddha en boeddhisten,
fruit, meerbepaald exotisch,
ook het topic pinguïns,
de geneeskundige krachten van kruiden,
Barcelona, een wereldstad,
de herfst als topseizoen,
criminaliteit bestrijden,
maar heb ik al verteld over hoe een varken dooddoen ?„

79.
4686
Strand
Anke Labrie

“Traag kruipen ze die middag omhoog
over hun tengere rug, twee schaduwen
Nog is het zand warm en breed het strand

Hun kinderen spelen zoals kinderen spelen
ze bouwen natuurlijk een zandkasteel
en graven een diepe gracht daaromheen

Hij is de prins en zij de prinses. Het paard
slaat op hol, het slot gaat kapot. Ze geven
het echter niet op en bouwen een nieuw     

Nu nog veel mooier, met schelpen versierd
Maar de vloed komt eraan. Het strand
wordt te smal en het zand wordt te zwaar    

Ze redden het niet alleen. Het wordt koud
Geen hulp van het koninklijk paar, stram
en verstijfd. Het heeft zich te lang ingegraven„

80.
6034
Strandwandeling
Paul Roelofsen

“Omdat het oog blijft zien
wat het zag
het oor bewaart wat het hoorde

trok zij haar arm uit de zijne
ging voor hem staan
greep de revers van zijn jas

en eiste opheldering

genietend van de ondergaande zon
was hij een en al aandacht

weet je, schreeuwde ze tenslotte
en door wat toen volgde

hield de zon het voor gezien

moest hij het doen
met het ruisen van de zee„

81.
4763
THE EYE OF THE BEHOLDER
Koos Schreurs

“Kijk die grote kraai kijkt deze kant op.
Met welk doel, wat denkt zo'n vogel?
Naar wat precies kijkt hij? Wie weet

naar het rustig glijden van de penpunt
over het papier, wellicht naar de hand
die de pen vasthoudt of naar die andere
die halfbewuste bewegingen maakt:
door het haar woelen, de neus beroeren
oor krabben, kin ondersteunen. In de hoek
die het linkerbeen maakt door de linker-
enkel te laten rusten op het rechter
bovenbeen ligt dit notitieschrift.

Dat kan die toeschouwer allemaal zien
maar de vraag is: waar let hij op?

Opeens zie ik het langwerpige harde einde
van mijn schoenveter voor het dekschild
van een kever aan. Ik kijk op. Met flinke
vleugelslag vliegt de zwarte vogel weg.„

82.
3755
Tjonge
Pauline Pisa

“Achteraf gezien, mijn borsten groeiden nog.

Ik herinner me de Veluwe: het huisje, de zonnige keuken, en dat jij -dat jij in je ontblote onderstel de taart aansneed, je vingers likte, de fles met cola aan je lippen zette, klokte.

Ik vond het wat.  

En, hoe soepel onze ringen gleden.
De vanzelfsprekendheid waarmee ik dacht dat wij onze vingers voor altijd zouden blijven vlechten samen. 

Tjonge.

Ach,  soms bezoek ik nog je moeder.  

83.
1624
twee geliefden
Elena Moeremans


Ha.

Dag.

Pas op.

Ja. Ik pas op. Duurt het nog lang?

Ja.

Hoe lang ongeveer?

Het duurt nog lang.

Ah. Ja.

Ja.

Zullen we anders even op bed gaan liggen?

Heb je daar zin in?

Nee.
Ik dacht, misschien dat het zo sneller voorbij zou gaan.

Ik denk niet dat het zo werkt.

Nee, of ja, ik bedoel : je hebt gelijk.

Ja.


Ja.„

84.
7309
Twitter - de echo's van de #eeuwigheid -
C. den Engelsman

“Twitter - de echo's van de #eeuwigheid -
(ontdek wat zich afspeelt in de wereld van het eeuwige ogenblik in vier tweets van 140 tekens – #twoosh -)

(Bij Lucas van Leyden's 'Drieluik met het Laatste Oordeel' 1526/ 7)

@ bij het aanbreken van de #jongste dag
vormen de #naakte man en #hemelse
klaar-over
een ideaalbeeld deze
#twitterquitters troosten ons RT

geen enkele #tweet brengt ons
nader tot #God maar het verlangen
van de #tweeps leidt wel tot tedere
scenario's tussen tweebie en #engel FF

@ zoals tijdens de #jongste dag van Lucas
onderweg naar de #hemel vat een #engel #wellustig
en met volle hand de #billen van een #geredde LOL

kijk en hoor hoe de echo van de #eeuwigheid met
#polyfone versiering bij het aanbreken van de
#jongste dag noodt tot vele zinloze dingen IRL„

85.
10559
Uiterwaarden
Hedwig Baartman

“ik keer me om,
binnenstebuiten,
vanonder een steen

mijn buurman gelooft
in helden met een voetbal

ik steek zijn woorden
in mijn zak en kijk tv

achter mijn douchegordijn
regent het slechte gedichten
ik schreeuw:
'iemand!'

kan iemand me terugleggen
onder de steen?

Iemand zegt:
Graag.
We houden van de wereld
precies zoals-ie is.„

86.
10944
Vader
Cissy Valkhoff

“Als de slaap
haar donzen deken
over mijn gedachten spreidt
kom jij

je pakt me
met je vederlichte hand
en lacht verstild
zoals alleen jouw lach
beschutten kan

niemand was voor mij
ooit
dichterbij
dan jij

zoals alleen jouw geur
mij bergen kan.„

87.
7517
vanachter glas en sigaretten
Laura van der Haar

“in het weiland steek je zwammen in de fik want zwart zouden ze toch al worden
dat is de schimmel aan het werk, die langzaam vloekend op bezoek komt en de luiken sluit
de lakens nog eens opschudt, met een vlakke hand de kruimels veegt en dan toch
de luiken sluit

het getik van berken hoog in de wind en later de koplampen van een wagen in de bocht
de stift die het niet deed op beton en de emmer sop uit de kroeg over de stoep
naar het onbekende oor kijken waarin je iets schreeuwt over popmuziek en
je afvragen of de ander dat hoort

                    iemand die je overeind zette tegen de kast en ‘kijk maar’ zei
                    dat je keek naar de plek waar je later de geur nog van zou weten

luisteren naar het opwrijven van glas
je adem van de ruit terug horen trekken
de verschillende voorhoofden voorstellen, leunend, en
niet weten of je het morgen ook nog bent
zittend in de vensterbank„

88.
2793
Veel water
de Glansrijcke

Veel water

Ha-ja. De zee. 
Gij, deel van sterfelijk en broos,
graag bezoek en zie ik u.
Opdat ik er -ooit-
mag verwaaien, op de wind.

de Glansrijcke„

89.
1163
VERBORGEN KAMERS
Paul Gellings

“Ik hou van pleintjes onder bladerdaken
naamloos en driehoekig uit een straat geknipt
je loopt er zo voorbij, alleen ik niet

altijd schemerig en louter bewoond
door geesten en hun flessen in
een walm van pis en slechte wijn

misschien zijn het wel wormgaten
naar de hel en is dat wat me zo
lokt: als toerist even op doorreis

in het duister en dan gauw terug naar huis
met toch steeds een diep verlangen
naar deze pleintjes onder bladerdaken

waar iets uit een ander leven
in verborgen kamers lijkt te wachten

of alleen de donkergroene schaduw ervan„

90.
8113
Verstreken
Pieter Grootendorst

Omdat ik wilde eten met een dier, omdat ik jacht wilde maken op mijn laatste gedachten liet ik mijzelf links liggen tot de tijd was verstreken.   Toen ik eindelijk opstond van de bank was ik onvrij, moest ik uitwijken voor een man die een winkel verliet met een kruiwagen vol zand, goudzoeker onder grijze hemel.   Vuilniszakken hadden een wilde nacht achter de rug, dikke meeuwen waren boos op ons. Ik stelde mijzelf zo lang mogelijk uit, ik hield de wacht bij al mijn uitlatingen.  „

91.
10725
Vertraging
Kira Wuck

“Als er iemand voor de trein springt is er vertraging zeg je omdat je de tijd wilt stilzetten   Ik zeg dat ik dit landschap saai vind en mijn laatste geld aan een date heb uitgegeven de date zwaaide met te kort opgerolde mouwen ik vroeg of hij zonder pet kon komen en zag dat het in daglicht niets worden kon   doordeweeks maakt hij kaas in het weekend is hij iets anders   Je lacht en zegt dat je trakteert geluk is zeer plaatselijk niemand staat meer stil   je bent in India geweest waar je ratten in een ton water verdronk je duwde ze net zolang onder tot ze niet meer bewogen   Ik heb wel eens overdreven hard gejuicht om een onbestemd gevoel te onderdrukken maar hoe harder ik klapte hoe hardnekkiger het zich tegen mijn keel aandrukte„

92.
7184
Vogels
Tom Hofland

“De vogels slapen niet vannacht
Ze waren onderweg
en ik heb ze gezegd blijf niet
wachten tot de dag
Voor je het weet is het te laat
Is de winter ingedaald
en kom je nooit meer weg

Tegen vogels durf ik wel
Tegen jou heb ik gezwegen
en ben je ondanks sneeuw
en ijs
bij mij in bed gebleven„

93.
3599
Vogelschrik
Johan Clymans

“Na de crematie van mijn vader,
voerde ik vandaag een vivisectie uit,
ik sneed en reet maar vond geen ader,
oogstte enkel gras, as en luizen.

Ik heb hem maar euthanasie gegeven,
zijn nek gebroken zoals bij de muizen,
maar zijn kralen blik bleef star kleven,
mijn assistent, de boer kan dit getuigen.

We hebben hem weer terug gehangen,
gekruisigd tussen rupsen en bladschade.
Waar de raven nu kwetsbaarheid vangen.
Na school ga ik op visite, zonder genade.

In de weerloosheid van die strooien pop,
wreekte ik de verschrikking van mijn vader.
Ik zocht een hart, maar vond enkel de strop,
van een beul, een pantser, een mensenhater.„

94.
3795
vooruitgang
Thei Ramaekers

“er gaat veel goed, best veel, de zon doet het al jaren
prima en wat dacht je van de maan: elke nacht
trouw op wacht, veel mensen hebben iedere dag
te eten en als je wapens produceert zul je die  

natuurlijk ook een keer moeten gebruiken, grenzen
worden verlegd, soms door de wetenschap
soms door een oorlog, maar toch, we bellen
dat we straks mailen, we sturen elkaar beelden  

van de pas aangekochte tuinhark, we communiceren
ons suf, brillenglazen worden steeds beter
hoortoestellen zijn nog nooit zo perfect geweest
horen en zien vergaat ons, er gaat veel goed„

95.
10210
Wanneer mijn moeder zomer werd
Alida

“mijn moeder bestond uit seizoenen
alleen in de zomer had ik haar lief

dan was zij lichter dan de wind
vrolijk als een kind
rennend op blote voeten

in de herfst was zij vallend blad
dan raapte ik haar op
en sloeg de aarde van haar schouders
dekte haar toe in het grote bed

tijdens winterdagen sliep zij
maan en zonlicht gingen aan haar voorbij
soms werd zij wakker en vroeg aan mij
hoe laat het was

nog lang geen zomer zei ik dan

als het lente werd keerde zij voorzichtig terug
zong zacht liedjes en lachte soms om niets

hoe blij was ik wanneer de dagen lengde
zij weer de moeder werd
waar ik van hield„

96.
6446
wij waren geen jongens (1e prijs)
David Troch

“wij hadden vaders, wij waren zonen. het volstond niet
dat wij driemaal daags spek en spinazie vraten.
de hemdsmouwen moesten omhoog,

wij moesten tonen hoe hard wij de spieren in onze bovenarmen
op konden spannen. wij zweetten als zwijnen, groeven bloederige kloven
in onze handen, wroetten in het stof waarin onze voorvaderen
al jaren liggen te liggen

en kregen het vuil amper onder onze vingernagels vandaan.
wij moesten voelen met wat wij tussen de benen geboren waren, jongens,

maar hadden niet eens een eigen kamer
waar wij voorovergebogen, met opgetrokken knieën
en met de neus in andere werelden zaten.

wij ondervonden aan den lijve dat doordringende boerenstank
je harder in het gezicht kan slaan dan wat vuistdikke boeken.  „

97.
7396
wit
Hilde van Cauteren

“ik sla dit gedicht aan diggelen, dacht ik
te laat, jij trok mijn mond al open,
wou alle woorden zien bij hun begin

ik toon alleen een kale huig, dacht ik
te laat, jij las de spanning op mijn huid,
ik las jouw moedervlekken, zoveel

kaalheid konden we met taal niet aan
ik wilde valse tranen maken, maar raakte
mijn naakte huid niet uit, krijtte

zinnen met vingernagels, jij las gretig
het vocht van mijn handen, de tong in
mijn mond, de warme lucht die uit

ons lichaam kwam. in witregels
vielen we uit elkaar„

98.
869
Ze zegt de maan
Peter Knipmeijer

“Ze zegt de maan trekt
harder aan je
als zij vol is

dat gebeurt 's nachts
als de ziel wil zwerven

ik zeg zwaartekracht trekt
zich niks aan van tijdstip
en reflectie van daglicht
en de ziel is ook maar een product
van neurotransmitters en gebrekkige kabels

ze steekt verbolgen
haar kop in het zand

ik zeg leg wat korrels onder je tong
wie weet groeien er parels

ze pakt haar jas en gaat

de maan trekt
harder aan sommigen
dan de wereld„

99.
10936
Zoon
Fred Tak

“Hij was te doorzichtig
om nog te blijven
dat begrepen wij ook wel
onverstaanbaar in liefde
is hij vertrokken.

Nog jaren keken wij vanaf ons dak
naar vallende sterren
maar zijn weg en waarheid
kwamen niet tot leven.

Wij breken nu ons brood
in de dagloze dag en tellen af. 

Wij blijven trouw onrustig slapen.„

100.
8320
Zwaarheid
Sebastiaan Köhler

“En de stilte die volgde
was als scherven in het water
ze trok een wenkbrauw op

Haar linker

En besloot iets niet te vragen
de opluchting die volgde
was zwaar
en duurt nog steeds.„